Contact

Hoofdmenu

Languages

Nederland

Zoeken met Google zoekrobot

Kastventilatie
Klimaatcontrole

Kastventilatie

De in een schakelkast ingebouwde elektrische apparatuur, zoals contactoren, transformatoren, relais en elektronische componenten, geven hun verlieswarmte af aan de omgevingslucht. Wordt deze verlieswarmte niet afgevoerd, dan kan de binnentemperatuur zodanig hoog worden, dat de maximaal toegelaten temperatuur van de componenten overschreden wordt. 

 

Vooral elektronische componenten zijn hieraan gevoelig. Om storingen en stilstanden te vermijden, moet de verlieswarmte afgevoerd worden.

De natuurlijke verluchting, met ventilatiedak en luchtroosters, is uitgesloten om reden van de verhoogde vervuiling. Bovendien komt de beschermingsgraad (IP-waarde) van de schakelkast in het gedrang. Hier biedt de gedwongen verluchting van de kast door speciaal gebouwde ventilatoren en filters een oplossing. De koelere buitenlucht wordt in het onderste kastgedeelte door een filter aangezogen, gelijktijdig gefilterd en in de schakelkast geblazen.

In de kast wordt de verlieswarmte opgenomen en als warme lucht over een uitgangsfilter in het bovenste kastgedeelte naar buiten gebracht. Gelijktijdig ontstaat in de kast een overdruk. Deze overdruk verhindert het binnendringen van stof langs kleine openingen in de kast. Het is daarom ook niet aan te raden de warme lucht af te zuigen. Door de ontstane onderdruk in de schakelkast wordt dan het filtereffect teniet gedaan.

 

Werking

Keuze van de ventilator

Het nodige luchtvolume van de filterventilator is functie van het gezamenlijk vermogenverlies (verlieswarmte) en het temperatuurverschil Δ T tussen de toegelaten binnentemperatuur en de omgevingstemperatuur. Het te verplaatsen luchtvolume (m3/h) laat zich met volgende formule berekenen:

V (m³/h) = 3,1 P (W)/ΔT (K) x 1,15

V = te verplaatsen luchtvolume (m³/h) - P = warmteverlies (W)

ΔT = temperatuurverschil tussen de in- en uitstromende lucht (K)

3,1 = constante: bevat verschillende koeltechnische gegevens

1,15 = 15% reserve

Luchtvolume (m³/h) voor warmteverlies tot 3000 watts en temperatuurverschillen (Δ T) van 5...25 (K) kan je zien op het keuzeschema. Omwille van filtervervuiling en extreme situaties, is het aan te raden met een reservetoeslag van 15% rekening te houden. Het opgegeven luchtdebiet van de filterventilator werd gemeten volgens DIN 24163. De tolerantie bedraagt ±5% bij een luchtdichtheid van 1,2 kg/m³.

Filtermateriaal

Bij de filterventilatoren en uitgangsfilters worden volgens DIN 24185 geteste P15/350S, P15/500S of T3/290S VILEDON-filtermatten gebruikt. Het materiaal is thermisch in elkaar verweven. De brandvoorschriften zijn volgens DIN 53438, klasse F1.

De filtermat P15/350S filtert deeltjes van een minimale grootte van 10 micron bij een filtergraad van 85%, terwijl de P15/500S deeltjes filtert van een minimale grootte van 5 micron bij een filtergraad van 94%.

Als er nog hogere eisen gesteld worden, moet de standaard filtermat in combinatie met de fijnfiltermat T3/290S gebruikt worden. Stofdeeltjes tot 0,5 micron worden aldus uitgefilterd en de filtergraad bedraagt 96% (hou rekening met het verminderde luchtdebiet).

De bevuilde filtermatten kunnen door uitkloppen, uitblazen met perslucht of uitspoelen met water gereinigd worden (niet wringen!).

Behuizing

Uit warmtebestendige ABS kunststof (-35°C tot +85°C), zelfdovend volgens UL 94 VO, kruipstroomvastheid 3kA. Kleur RAL 7032 kiezelgrijs. Andere kleuren zijn verkrijgbaar op aanvraag.

Beschermingsgraad

De filterventilatoren zijn gebouwd volgens de VDE voorschriften. Beveiliging tegen aanraking volgens DIN 31001. De dichtingsgraad IP54 (DIN 40050) wordt bereikt bij een horizontale luchtstroom en na het bijplaatsen van een rubber dichting (optioneel).